INTRO

Maxine Ketele
Infopunt Publieke Ruimte

Voorbij de nuloperatie


We doen allemaal ons best: minder autorijden, afval sorteren, hopen dat we de boel niet nog erger achterlaten voor de kinderen. Maar eigenlijk is dat best wel triest, niet? Dat we al blij zijn als we minder slecht doen. Wat als we het gewoon goed doen? Wat als onze straten, parken en pleinen niet alleen minder schade veroorzaken, maar de boel juist actief verbeteren?


Terwijl de eerste lentekriebels in maart de kop opsteken, valt het op hoe veerkrachtig de natuur is als we haar de kans geven. Een tuinstraat waar het regenwater weer echt de bodem in trekt of een vergeten stukje grond waar plots bloemen verschijnen, dat zijn de eerste kiemen van wat we regeneratie noemen. Niet langer alleen proberen te redden wat er nog is, maar herstellen wat we al lang kwijt zijn.


Die verschuiving in ons denken is nodig. De actualiteit herinnert ons er dagelijks aan dat de klimaat- en biodiversiteitscrisis niet wacht. We kunnen het ons simpelweg niet meer veroorloven om natuur te zien als een aparte sector achter een hek of als een leuk decorstuk in onze steden. De publieke ruimte is een levend ecosysteem waarin alles met elkaar verbonden is, van de sociale contacten in onze wijken tot de waterlopen onder onze voeten.


In deze editie van Tijdschrift Publieke Ruimte laten we zien dat dit geen droombeeld is, maar een praktijk die al volop bloeit. Je leest hoe we een stad kunnen ontwerpen als een levend ecosysteem en hoe die visie helpt om plekken te creëren die meer teruggeven dan ze nemen. We trekken naar de Gentse kanaalzone en naar Lille, waar oude fabrieksites veranderen in parken die de stad weer laten ademen en materialen een tweede leven krijgen. En ook diep onder onze voeten ligt een kans voor herstel. Warmte uit ons afvalwater blijkt een onverwachte bondgenoot in de energietransitie te zijn en maakt onze infrastructuur nuttiger dan ooit.


Ook in de directe leefomgeving maken we het verschil. We zien hoe verharde sociale woonwijken veranderen in groenblauwe parels waar planten en water weer echt de ruimte krijgen. Met natuurweefselplanning doorbreken we bovendien de grens tussen mens en groen. Het gaat niet langer om experts die natuur beheren achter een hek, maar om een beweging waar bewoners zelf aan meebouwen. Dat die verandering ook met kleine stappen kan, bewijzen de groenblauwe plekjes in het Waasland. Deze tastbare ingrepen laten zien dat we niet altijd op grote projecten hoeven te wachten om publieke ruimte klimaatbestendiger te maken.


Laten we bouwen aan een publieke ruimte die niet alleen de status quo bewaart, maar plekken creëren die onze leefomgeving écht sterker maken. Voor ons, en voor wie na ons komt.


Veel leesplezier!