
DOSSIER
De stad die je voelt: de kracht van beleving in de publieke ruimte
Rick Schotman en Iris van Hagen, belevingsonderzoekers bij mobiliteitsadviesbureau Goudappel
Hoe voelen mensen zich in de publieke ruimte, en waarom doet dat ertoe? Als Nederlands adviesbureau voor mobiliteit, openbare ruimte en beleving laat Goudappel (actief in Vlaanderen via o.a. MINT nv) zien hoe sfeer bepalend is voor de perceptie van veiligheid en verblijfskwaliteit. We nemen je mee in de wereld van beleving aan de hand van Nederlandse praktijkvoorbeelden.
De stationspiano van Eindhoven
Het is januari 2021 wanneer David Hordijk plaatsneemt op een kapotgeslagen pianokruk, midden in de stationshal van Eindhoven Centraal. Overal liggen glasscherven. Een dag eerder hebben relschoppers er een ravage aangericht: winkelruiten sneuvelden, auto’s gingen in vlammen op en ook van de stationspiano bleef weinig heel. Toch speelt David op wat er nog van het instrument over is. Een omstander filmt het moment en de beelden verspreiden zich razendsnel. De video van de vernielde piano raakt de stad diep. Tussen alle materiële schade is er met die piano ook iets onzichtbaars verloren gegaan. Ze staat symbool voor de menselijkheid van het station, een icoon voor plezier, creativiteit en verbinding. Nog geen 24 uur later wordt een nieuwe piano aangeboden, georganiseerd en gefinancierd door inwoners van de stad.
Wat dit voorbeeld laat zien, is dat publieke ruimte uit meer bestaat dan de materialen waaruit zij is opgebouwd. Objecten in de omgeving hebben waarde en kunnen mensen emotioneel raken. Dat kunnen positieve gevoelens zijn bij plekken waar we ons thuis voelen, of negatieve gevoelens bij plekken die we liever vermijden. Deze emotionele laag ontstaat niet alleen door grote gebeurtenissen of uitgesproken herinneringen, maar ook door veel kleinere signalen die we nauwelijks bewust opmerken. Het zijn net zulke subtiele prikkels die bepalen hoe een plek aanvoelt en daarmee ook hoe we haar waarderen.
Emoties als onbewust kompas
Sta eens heel even stil bij wat je nú ervaart. Welke kleuren vallen op? Hoor je stemmen, verkeer, vogels, een zoemende lamp? Ruik je koffie, regen of helemaal niets bijzonders? En heb je het eigenlijk warm of koud? Grote kans dat je over veel van die prikkels niet bewust hebt nagedacht. Toch zijn ze voortdurend aan het werk. Ze bepalen hoe je je voelt, vaak zonder dat je het doorhebt. Ons brein verwerkt het grootste deel van zulke signalen automatisch en razendsnel. Sterker nog: naar schatting nemen we zo’n 95 procent van alle prikkels onbewust waar. Binnen een fractie van een seconde heeft het brein een plek beoordeeld.
En dat eerste gevoel blijft niet zonder gevolgen. Het werkt direct door in ons gedrag. In een donkere tunnel gaan we ongemerkt sneller lopen en op een zonnig terras blijven we juist langer zitten. Zo bepaalt onze zintuiglijke waarneming voor een groot deel hoe we ons gedragen.
"Objecten in de publieke ruimte hebben waarde en kunnen mensen emotioneel raken"

Tekening van emoties als onbewust kompas dat richting geeft aan ons gedrag.
De basis op orde is niet genoeg
Maar hoe ontstaat dat gevoel precies? Onderzoekers maken daarbij vaak onderscheid tussen twee soorten factoren: dissatisfiers en satisfiers.
Dissatisfiers zijn de basisvoorwaarden. Is een plek schoon, droog, veilig en goed verlicht? Dan zit het fundament goed. Gaat daar iets mis, dan merk je dat meteen. Een vieze wachtruimte voelt onaangenaam, een donkere doorgang onveilig, een tochtig plein onprettig. Maar als die basis wél op orde is, valt dat nauwelijks op. Niemand loopt enthousiast een station uit omdat het dak gelukkig niet lekte. De basis voorkomt ontevredenheid, maar zorgt niet automatisch voor waardering.
Satisfiers doen dat wél. Dat zijn de elementen die een plek karakter geven en haar prettig maken om in te verblijven. Denk aan sfeer, kleur, groen, warmte, een fijne plek om even te zitten of een onverwacht detail dat zorgt voor een glimlach.
En precies daar zit vaak de sleutel tot het creëren van plekken waar mensen verbinding mee voelen en betekenis aan geven. Zulke plekken worden niet alleen prettiger gevonden, maar ook intensiever gebruikt, hoger gewaardeerd en beter onthouden.
De waarde van sturen op beleving
Wie beleving nog altijd beschouwt als een luxe extra, onderschat haar impact. Onderzoek van Goudappel toont aan dat zogenoemde satisfiers meer dan de helft van de totale waardering van een plek bepalen, terwijl ze vaak slechts een fractie kosten van de basisinfrastructuur. Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk: bloemen toevoegen aan een straatbeeld is aanzienlijk goedkoper dan een fietspad verbreden. Terwijl dat laatste een noodzakelijke ingreep kan zijn, kan een investering in uitstraling soms een grotere impact hebben op hoe mensen een plek ervaren.

Tekening van een stad die mensen koesteren: een plek waar iedereen zich thuis voelt en kan doen wat voor hen belangrijk is.
"Beleving is geen luxe, maar een essentieel onderdeel van betekenisvolle publieke ruimte"
De kracht van beleving duikt op in heel uiteenlopende projecten. In Amsterdam onderzocht Goudappel met Tunnelvisionair hoe fietstunnels aangenamer kunnen worden door verschillende zintuigen aan te spreken. Dat onderzoek vertrok vanuit een herkenbaar gegeven: veel fietsers ervaren tunnels als het minst aangename deel van hun route. In vier tunnels testte het project verschillende ingrepen, van extra kleur en verlichting tot vogelgeluiden, geuren en een zachte luchtstroom. Voor- en nametingen maakten duidelijk dat vooral visuele prikkels en geluid een groot verschil maken in hoe veilig en comfortabel een tunnel aanvoelt. Een doorgangsplek die eerder vooral functioneel was, kan zo uitgroeien tot een positieve ervaring binnen de route.
Ook in Utrecht bleek hoe sterk beleving het gebruik van een plek beïnvloedt. De parkeergarages voldeden grotendeels aan hun functionele rol, maar bezoekers voelden zich er niet op hun gemak. Aanhoudende overlast tastte het veiligheidsgevoel aan. Daarom richtte de oplossing zich niet alleen op fysieke ingrepen, maar ook op beheer, inrichting en sociale dynamiek. Door elementen toe te voegen die reguliere gebruikers waarderen, zoals aangename muziek of kleurrijke verlichting, wordt de garage minder aantrekkelijk voor ongewenst gebruik en tegelijk uitnodigender voor bezoekers.
Hetzelfde mechanisme speelde in Tilburg. Daar verbeterde de verblijfskwaliteit van een stadsplein nadat de stad de dominantie van autoverkeer terugdrong. Minder lawaai, minder uitstoot en meer ruimte voor voetgangers maakten van het plein een plek waar mensen niet alleen passeren, maar ook blijven hangen.
Een vergelijkbaar beeld kwam naar voren bij mobiliteitshubs in Overijssel. De functionele infrastructuur bleek vaak al aanwezig, maar de echte winst zat elders: in sfeer, warmte en uitstraling. Precies die kwaliteiten bepalen mee of een hub meer wordt dan een overstappunt en mensen ook daadwerkelijk uitnodigt om er gebruik van te maken.
Abonneer >
Wil je meer lezen?
Abonneer je nu op Tijdschrift Publieke Ruimte en blijf op de hoogte van de nieuwste inzichten, trends en ontwikkelingen in de publieke ruimte.
Toolbox Voetgangersplan
Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.
De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.