
DOSSIER
Iedere gemeente een voetgangersnetwerk in 2030
Dennis Van Sluijs en Pelle Boonen, Arcadis
Waar steden en gemeenten steeds vaker zoeken naar manieren om hun centra aantrekkelijker te maken, staan voetgangersnetwerken centraal. “Iedereen is voetganger,” zegt Dennis van Sluijs, adviseur voetgangers & loopstromen bij Arcadis (NL). “Lopen is de meest fundamentele vorm van mobiliteit. Het is de rode draad die alle bestemmingen verbindt voor jong én oud, ongeacht fysieke mogelijkheden.”
"Door barrières te doorbreken en routes logisch met elkaar te verbinden, wordt de stad voor iedereen beter bereikbaar"
Van visie naar netwerk: praktijk in Nederland en Vlaanderen
Dat een voetgangersnetwerk méér is dan een functioneel raster, blijkt uit de ervaringen van Pelle Boonen, adviseur mobiliteit bij Arcadis (BE). “We zien dat Vlaamse steden dezelfde uitdagingen voor voetgangers ervaren als in Nederland: hoe maak je van een doorgangsruimte een verblijfsruimte? Hoe bied je niet alleen veiligheid, maar ook verwondering en ontmoeting? Hoe bied je een diversiteit aan voetgangers de infrastructurele kwaliteit die ze verdienen?”
Volgens Van Sluijs begint alles met een duidelijke visie. “Zodra je als gemeente scherp hebt waar je naartoe wilt (bijvoorbeeld gezondere inwoners, betere bereikbaarheid, minder voetgangersongevallen of een groenere stad), dan kun je gericht keuzes maken. Wij werken met een netwerkhiërarchie: elk niveau heeft een eigen functie en eigen kwaliteitseisen. Het basisnetwerk vormt het dagelijkse weefsel van looproutes, het hoofdnetwerk verbindt belangrijke bestemmingen als stations, scholen en winkelgebieden. Het groene ontspannen netwerk biedt ruimte voor recreatief wandelen en ontspanning. Die structuur helpt om prioriteiten te stellen bij investeringen en ontwerp. Onze kernboodschap: door barrières te doorbreken en routes logisch met elkaar te verbinden, wordt de stad voor iedereen beter bereikbaar.”
Twee meter vrije doorloopruimte: prioriteren kan je leren
De menselijke maat is volgens beide experts essentieel, zeker in de uitdagende ruimtelijke context in Vlaanderen. Boonen licht toe: “Vlaanderen is ruimtelijk enorm verschillend: van grote historische steden tot kleine landelijke dorpen. In beiden is de ruimte voor voetgangers vaak schaars, waardoor we kritisch moeten kijken naar hoe we met die ruimte omgaan. Is de plaats die iedere weggebruiker momenteel inneemt in het profiel van de weg aangepast aan het gebruik ervan? En is er ruimte om het profiel aan te passen ten gunste van bredere voetpaden? Zo ja, aan welke zijde van de straat ligt dan de meest logische looproute? Soms kiezen we ervoor om aan één zijde een voetpad van hoge kwaliteit te realiseren, met minimaal twee meter vrije doorloopruimte. De andere zijde krijgt dan een smallere stoep of wordt deels gebruikt voor laden en lossen. Het vraagt maatwerk, maar zo ontstaat er toch een volwaardige en comfortabele route voor alle voetgangers.”
Van Sluijs vult aan: “Het gaat om keuzes durven maken. Meer ruimte voor de voetganger betekent vaak minder ruimte voor auto’s of parkeren. Dat vraagt politieke moed, maar de maatschappelijke winst is groot. Het structureel werken aan kwaliteit voor voetgangers draagt bijvoorbeeld ook bij aan het behalen van de doelen uit het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap dat in 2009 door België werd bekrachtigd”.
Inclusief en data-gedreven ontwerpen
Een goed voetgangersnetwerk is nooit one size fits all. Van Sluijs: “Ouderen hebben rustpunten en vlakke stoepen nodig, mensen met een toegankelijkheidsvraag brede, obstakelvrije routes en kinderen veilige schoolroutes. Door samen met gebruikers te kijken, ontdek je waar het écht om draait. Veel barrières zie je pas als je letterlijk op ooghoogte van de specifieke voetganger kijkt.” Boonen voegt toe: “In maart hebben we met verschillende collega’s in samenwerking met Inter, het Vlaams expertisecentrum toegankelijkheid, een wandeling gemaakt tussen ons kantoor en het station. Het was niet zomaar een wandeling: de ene groep verplaatste zich in een rolstoel, de andere droeg een blinddoek en gebruikte een geleidestok. Al snel merk je hoeveel obstakels je onderweg tegenkomt die je als voetganger zonder toegankelijkheidsbeperking nauwelijks opmerkt of in vraag stelt. Het gaat dus niet om dé ooghoogte van dé voetganger, maar om het perspectief van iemand die zich van A naar B probeert te verplaatsen.”

Voetgangersnetwerk opgebouwd uit hoofd-, groen ontspannen en basisnetwerk.
"De tijd dat voetgangersbeleid puur op gevoel werd gemaakt, is voorbij"
Ook data spelen volgens Van Sluijs een steeds grotere rol. “Met kaartanalyses brengen we loopstromen, knelpunten en kansen in beeld. Dat zorgt voor objectieve inzichten en helpt om investeringen te onderbouwen. Het kan heel eenvoudig: geef je belangrijkste attractiepolen en voorzieningen op kaart weer, zet de looproutes ertussen uit en bepaal welke looproutes prioritair zijn door de soorten gebruikers (onder andere kinderen nabij scholen of ouderen nabij een woonzorgcentrum). Is de kwaliteit van het voetpad op deze looproute ondermaats? Plaats ze dan prioritair op de agenda van de gemeente, zodat investeringen in de openbare ruimte effectief plaatsvinden waar de nood het hoogst is. De tijd dat voetgangersbeleid puur op gevoel werd gemaakt, is voorbij.”
Inspiratie en tools voor Vlaamse gemeenten
Dat het anders kan, bewijzen Nederlandse steden als Amersfoort, Harderwijk en Groningen, waar bredere trottoirs, aangepaste kruispunten en vergroening de kwaliteit voor voetgangers zichtbaar hebben verbeterd. Al deze Nederlandse gemeenten hebben een voetgangersnetwerk op basis waarvan ze systematisch verbeterslagen maken in de publieke ruimte.
Ook in Vlaamse steden liggen volop kansen. “Het wiel hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden,” stelt Boonen. “Ongeveer 15 jaar geleden hebben we met Arcadis de Bondgenotenlaan in Landen heringericht. Door slim met circulatie en voetgangerscomfort om te gaan, is de woonstraat met smalle en niet-hoogwaardige voetpaden verandert in een kwalitatieve woonstraat waar de voetganger veel ruimte heeft, meer groen in het straatbeeld aanwezig is en parkeren nog steeds mogelijk is. Deze straat maakt onderdeel uit van de netwerkvisie: een hoofdroute tussen het station en de centrumdoortocht met winkels en een basisschool binnen het bredere voetgangersnetwerk van Landen. Dit project toont aan dat je 15 jaar later nog steeds een hoge verblijfskwaliteit hebt. Investeren in voetgangers loont dus.”
“Er zijn heel wat voorbeelden vanuit Nederland en Vlaanderen beschikbaar, niemand hoeft het wiel opnieuw uit te vinden”, aldus Van Sluijs. “Daarnaast zijn er praktische hulpmiddelen zoals het Nationaal Masterplan Lopen, de Toolbox Loopbeleid en de Handreiking Voetgangersnetwerk die handvatten bieden uit Nederland en ze zijn ook toepasbaar voor Vlaamse gemeenten.”
Durf te kiezen voor de voetganger
Tot slot een duidelijke oproep van beide experts: begin met een visie, wees niet bang voor scherpe keuzes en betrek gebruikers actief. “Elke reis begint en eindigt te voet,” zegt Van Sluijs. “Een sterke voetgangersinfrastructuur vormt de basis voor een gezonde, toegankelijke en toekomstbestendige stad.”
Boonen besluit: “De winst is voelbaar en zichtbaar. In onze projecten zien we dat door investeringen in de openbare ruimte gericht op voetgangers ontmoetingen en verblijf weer vanzelfsprekend worden. Dat gun ik elke Vlaamse stad. Durf te kiezen voor de voetganger en maak van de straat weer een plek van ontmoeting en verwondering.”

Lopen is voor sommige mensen de enige manier om zich zelfstandig te verplaatsen in de openbare ruimte.
Toolbox Voetgangersplan
Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.
De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.