
EN PLEIN PUBLIC
Collectif ipé
Collectif ipé, opgericht in 2008, brengt architecten-stedenbouwkundigen, ontwerpers en een antropoloog samen. Het collectief vertrekt vanuit een sterke betrokkenheid bij de complexiteit van stedelijke vraagstukken en gebiedsontwikkeling. Hun werk draait om het creëren van vitale, robuuste en veerkrachtige ruimtes, waarbij bewoners en gebruikers een actieve rol spelen. Vanuit die visie ontwikkelt Collectif ipé projecten, acties en onderzoekstrajecten die inspelen op de sociale, ecologische, klimatologische en culturele uitdagingen van vandaag. Hun aanpak vertrekt niet van een wit blad, maar bouwt voort op wat al aanwezig is. Bestaande plekken, aanwezige kwaliteiten en lokale dynamieken vormen telkens het vertrekpunt. Door burgers actief te betrekken in het proces wil het collectief meer doen dan enkel ruimtes vormgeven. Het wil mensen opnieuw invloed geven op de ontwikkeling van hun eigen leefomgeving en hen mee laten bouwen aan de toekomst van hun stad en omgeving.
Op welke manier brengen jullie dagelijkse professionele bezigheden jullie in contact met de publieke ruimte?
De publieke ruimte behoort in essentie toe aan iedereen. Net daardoor vormt ze een ideale plek om verschillende doelgroepen te bereiken, ook mensen die zelden deelnemen aan formele overlegmomenten. We zoeken bewoners actief op om te informeren, te luisteren en hen te betrekken op laagdrempelige ontmoetingsplekken zoals scholen, pleinen en markten, bijvoorbeeld binnen stadsvernieuwingsprojecten.
Tegelijk zetten we in op het activeren van het gebruik van die openbare ruimte zelf. Samen met burgercollectieven ontwikkelen we projecten die de ruimte openstellen en nieuw leven geven, zoals gemeenschappelijke tuinen of schoolpleinen die ook buiten schooltijd toegankelijk zijn voor verenigingen en buurtinitiatieven.
Welke plek heeft jullie ontroerd of verrast?
In onze projecten gaan we niet vanop afstand te werk: we stappen het terrein in en werken er middenin. Een tijdlang verhuisde ons kantoor zelfs mee met de projecten, zodat we letterlijk in de wijken zaten waar we aan werkten. Zo leren we plekken van binnenuit kennen, spreken we bewoners, en dwalen we door straten, hoeken en verborgen plekken. Gaandeweg groeien die locaties uit tot plaatsen waarmee we een sterke band opbouwen en die ons echt raken.
Onlangs keerden we terug naar het Zennepark in Brussel, een van onze eerste projecten binnen het duurzaam wijkcontract Masui. Dat moment raakte ons. Het blijft bijzonder om te zien hoe plekken die je mee hebt helpen vormgeven, echt gaan leven.
Welke publieke ruimte in België zouden we lezers absoluut aanraden?
Het Parc de la Chartreuse in Luik ligt op een voormalig militair terrein en vormt een schakel tussen de valleiwijken (Les Oblats) en de hoger gelegen wijken (Grivegnée). De inrichting is subtiel en bijna onzichtbaar, waardoor de poëzie van de plek alle ruimte krijgt en mens en natuur op een vanzelfsprekende manier samenkomen.
Het park leeft intens. Mensen wandelen er, spelen, slapen, eten, maken graffiti of gebruiken het op hun eigen manier. Die sterke betrokkenheid zorgde er zelfs voor dat het park tijdelijk uitgroeide tot een ZAD (Zone à Défendre), in het verzet tegen een vastgoedproject dat het karakter van de plek zou hebben aangetast. Vandaag blijft het Parc de la Chartreuse een open en inclusieve ruimte, waar verschillende werelden naast elkaar bestaan. Het is een plek die vrijheid geeft, simpelweg door ruimte te laten.
Welke stad in het buitenland verdient volgens jullie een omweg?
Dat is Marseille. Een havenstad die voortdurend in verbinding staat met de wereld, met een bijzonder diverse bevolking en een unieke, rauwe energie. Het is ook een stad vol spanningen, waar stedelijke conflicten zichtbaar en tastbaar zijn. Wat ons vooral opvalt: het publieke debat speelt zich hier letterlijk af op straat en op de muren van de stad.
Wie verdient volgens jullie een prijs voor zijn of haar inzet voor een kwaliteitsvolle publieke ruimte?
Vooral de bewoners, collectieven en verenigingen die zich inzetten om publieke ruimte toegankelijk en inclusief te maken. Het Park van de Ninoofse Poort in Brussel is daar een sterk voorbeeld van. Het park ontstond uit burgeracties en kreeg vorm dankzij de steun van het verenigingsleven. In plaats van een verharde doorgangsruimte met tramsporen kwam er een levendig park tot stand.In een dichtbevolkte wijk met een tekort aan groen groeide dat project uit tot een echt succesverhaal: een plek die toont wat mogelijk wordt wanneer bewoners zelf mee richting geven aan hun leefomgeving.
Aan welke evoluties of trends in het domein van de publieke ruimte willen jullie de komende jaren bijzondere aandacht besteden?
We zien vooral twee belangrijke ontwikkelingen.De eerste is de groeiende aandacht voor het niet-menselijke leven in de stad. Fauna, flora en natuurlijke elementen zoals waterlopen krijgen daarin een andere positie. Natuur is niet langer enkel een hulpbron voor menselijke ontwikkeling of een decor rond gebouwen. Ze wordt een volwaardige speler waarmee rekening moet worden gehouden in ruimtelijke planning. Een rivier moet bijvoorbeeld opnieuw ruimte krijgen om bij hoogwater buiten haar oevers te treden, in plaats van volledig te worden ingeperkt.
De tweede trend is de toenemende commercialisering van de publieke ruimte. Die gaat vaak hand in hand met privatisering of een zekere sterilisatie van de stedelijke omgeving: overal terrassen, gestandaardiseerde winkelpuien en soms ook vijandige architectuur. Daardoor dreigt de publieke ruimte te verschralen tot een decor voor consumptie, in plaats van een open plek voor ontmoeting en gebruik.