
Er loopt ook een opdracht voor hooi- en begrazingbeheer met erfgoeddieren in verschillende gebieden.
BELEID
Het collectief Inter-Friches: een internationaal netwerk van brownfield-onderzoekers
1.4 Getuigenissen van een Tuinstraat
Ervaringen uit de praktijk tonen hoe Tuinstraten concreet vorm krijgen en welke impact ze hebben op de buurt. Deze getuigenissen bieden niet alleen inzicht in de uitdagingen en succesfactoren, maar werken ook inspirerend voor andere gemeenten en bewoners die met een Tuinstraat aan de slag willen.
Kristel Mazy en Simon Blanckaert, faculteit Architectuur en Stedenbouw van UMONS, leden van Inter-Friches
Inter-Friches ontstond uit een reeks ontmoetingen tijdens het internationale symposium van de Association pour la Promotion de l’Enseignement et de la Recherche en Aménagement et Urbanisme in juni 2018. Jonge onderzoekers uit verschillende disciplines, die stedelijke brownfields bestuderen, stelden daar vast dat het ontbreekt aan gedeelde kennis en interdisciplinaire analysemethoden. Onderzoek naar brownfields verloopt nog te vaak verkokerd, terwijl het thema nochtans centraal staat in uiteenlopende vraagstukken.
Aanvankelijk financierde het Maison des Sciences de l'Homme de Paris-Nord het netwerk (2019–2021). Sinds 2022 ondersteunt ook het Collège International des sciences territoriales het initiatief, en sinds 2025 draagt ook APERAU bij. Inter-Friches wil de verschillende disciplinaire benaderingen van brownfields beter begrijpen en verdiept dit via collectieve workshops. Het netwerk brengt de uiteenlopende logica’s in kaart die het ontstaan, de transformatie en de evolutie van deze terreinen sturen, van trajecten en levenslopen tot projectie- en representatiedynamieken. Daarnaast onderzoekt het ruimtelijke impact. Om die transversale dimensie scherp te krijgen, organiseert Inter-Friches internationale, interdisciplinaire workshops. Die focussen op concrete gebieden die op korte termijn ontwikkeld worden. De aanpak is eenvoudig: doordat onderzoek naar brownfields vaak geïsoleerd verloopt, levert gezamenlijke aanwezigheid op het terrein nieuwe inzichten en een frisse blik op.
"Het begrijpen van de brownfield-uitdagingen begint met een collectieve verkenning van het landschap"

Zicht op het brownfield van Boch in La Louvière.
Een meervoudige definitie van brownfields
Inter-Friches onderzoekt hoe Frankrijk, België en Zwitserland brownfields reguleren en welke beleidsvormen daaruit ontstaan. In 2021 publiceerde het collectief een artikel in Métropolitiques (Collectif Inter-Friches, 2021) met een overzicht van actuele beleidsstandpunten. Die standpunten verschillen naargelang de tolerantie van beleidsmakers voor zelforganiserende initiatieven op deze locaties, en afhankelijk van de rol die brownfields kunnen spelen in stadsontwikkeling. Inter-Friches onderscheidt vier beleidspistes:
- het beschermde brownfield
- het tijdelijk beschermde brownfield
- het beheerde brownfield
- het gedeelde brownfield
Druk door No Net Land Take-beleid
Brownfields behouden of inrichten – al dan niet tijdelijk – versterkt woongebieden tegen klimaatopwarming. Ze ondersteunen ecologische netwerken, creëren koelte-eilanden, beschermen bestuivers en beperken overstromingsrisico’s. Sinds de opkomst van ‘No Net Land Take’ zien overheden brownfields vooral als strategische grondreserves voor stadsontwikkeling (Di Pietro en Brun, 2015; Rey et al., 2022), dankzij hun centrale ligging en nabijheid van infrastructuur en openbaar vervoer.
Ondanks groeiend bewustzijn over stedelijke biodiversiteit bij lokale overheden, blijft integratie in planningsbeleid en besluitvorming moeizaam. Lokale actoren onderschatten nog steeds sociaal-ecologische waarden en ecosysteemdiensten (Collectief Inter-Friches, 2021), waardoor de intrinsieke waarde van deze biodiversiteit moeilijk erkend wordt (Gandy, 2021; Kowarik, 2011).

Verkenning van de kanaaloevers.

Tentoonstelling van het B.L.U.E. project in La Louvière.
Werken met brownfields via ateliers en landschapsbemiddeling
Het begrijpen van de brownfield-uitdagingen begint met een collectieve verkenning van het landschap. Die verkenning krijgt verschillende vormen: doorkruisen, oogsten, bewonen en tuinieren. Het collectief zet deze transdisciplinaire instrumenten in tijdens elke workshop.
De workshop B.L.U.E. (Les Berges comme Leviers Urbanistique et Environnemental) vond plaats in twee grensgebieden: La Louvière en Rijsel, met financiering van het Europese Interreg-programma. Tussen 2019 en 2021 ontwikkelden studenten architectuur en stedenbouw tijdens uitwisselingsdagen en workshops pedagogische tools. In het najaar van 2021 presenteerden ze die in twee tentoonstellingen. Dit werk resulteerde in een educatieve atlas met commentaar (Mazy & Bosredon, 2021) en in spelvormen die de rol van actoren in het grensoverschrijdende gebied helder uitleggen. Deze tools leggen de nadruk op de natuurlijke en materiële rijkdom van braakliggende rivieroevers en de bijbehorende beroepen. Ze willen de bevolking en lokale actoren inspireren tot een geïntegreerd beheer van deze rijkdom, met het oog op toekomstige stedelijke projecten.
In Charleroi vertrok het atelier La Broucheterre vanuit de hypothese dat industriële brownfields ruïnes van het kapitalisme zijn (Tsing, 2017) en daardoor een uitgelezen kans bieden om dit systeem kritisch te bevragen. Als plekken aan de rand van de samenleving (Cieslik, 2021) kunnen ze nieuwe narratieven voortbrengen. Tijdens deze workshop verkenden deelnemers het terrein door het te doorkruisen, te bewonen en te bewerken. Gedurende drie dagen in september 2021 richtten ze een kamp in met een tentendorp, openluchtdebatten, terreinverkenningen en maaltijden rond het kampvuur. Deze interventies veranderden het brownfield gedeeltelijk, met respect voor wat al aanwezig was (Clément, 2017). Een fanzine documenteerde de acties en gaf vorm aan het nieuwe verhaal. Brownfields functioneren als voortdurend evoluerende ruimtes en maken zo een andere beleving van het landschap mogelijk (Clément, 2004).
In tijden van sociale, ecologische, economische en politieke crisis fungeren brownfields als podia voor kritisch discours over onze samenleving. Ze bieden zowel ruimte om te leren als potentieel om maatschappelijke vernieuwing te dragen.


Het post-industriële landschap van Charleroi.
Een verruiming van het ruimtelijk begrip spontane natuur
In het kader van het Europese onderzoeksproject SUNLOOP (Spontaneous Urban Nature and LOcal nO net land take Policies) onderzoekt een deel van het collectief Inter-Friches momenteel hoe het begrip brownfield kan worden uitgebreid naar het bredere concept spontane natuur, opgevat als een op de natuur gebaseerde oplossing. Deze plekken variëren sterk, zowel in oorsprong als in ruimtelijke configuratie (Ludovici en Pastore, 2024).
Naast grote post-industriële complexen (vaak aangeduid als braakland) komt spontane natuur ook voor in kleine, verwaarloosde ruimtes die ontstaan door gefragmenteerde of onvolledige verstedelijking (Ludovici en Pastore, 2024). Het gaat onder meer om braakliggende terreinen, leegstaande panden en randen van transportinfrastructuur. Plekken zonder duidelijke bestemming of functie, waar groen zich spontaan ontwikkelt.
Ecologische spontaniteit versterkt de stedelijke biodiversiteit (Bonthoux en Chollet, 2021). SUN-gebieden (Spontaneous Urban Nature), of verwilderde zones, functioneren dankzij hun diversiteit en alternatieve (niet-)beheer als waardevolle biodiversiteitsoases en leveren zo een unieke bijdrage aan stedelijke ecosystemen (Threlfall en Kendal, 2018).
ndig is.
"Onderzoek naar brownfields verloopt nog te vaak verkokerd, terwijl het thema nochtans centraal staat in uiteenlopende vraagstukken"