Multimovepad De Haan

DOSSIER

Sociale woonwijken als groenblauwe parels

Eva Heuts, VIBE en Anton Christiaens, Breekijzer

Een kaal en verhard openbaar domein is typisch voor Vlaamse sociale woonwijken. De landschappelijke kwaliteiten zijn beperkt en extra gevoelig voor weerextremen, zoals hittestress. Hier liggen grote kansen om te ontharden en vergroenen. Het project Na(b/t)uurschap, een van de veertien geselecteerde projecten binnen de subsidieoproep Groenblauwe Parels van het Departement Omgeving, zette hierin stappen door de buitenruimte in twee wijken te transformeren.

"Bij de (her)aanleg van openbaar domein blijkt groen bijna altijd goedkoper dan verharding"

Het binnengebied tussen de Ernest Staesstraat en de Beekstraat in Edegem was vóór de onthardingswerken volledig verhard met betontegels.


Helpende handen


Het project Na(b/t)uurschap wilde niet alleen de buitenruimte in twee sociale woonwijken ontharden en vergroenen, maar ook een transitie binnen de sector van sociale woonmaatschappijen op gang brengen. VIBE, Comisol, Stramien, Breekijzer, de woonmaatschappijen Thuisrand en Leefgoed realiseerden daarvoor samen twee pilootprojecten: in Edegem (het binnengebied aan de Ernest Staesstraat) en in Laakdal (Brouwerijstraat). In dit artikel stellen we de eerste projectresultaten voor en formuleren we enkele actiepunten om sociale woonwijken in heel Vlaanderen te laten uitgroeien tot groenblauwe parels.


Biodivers groen en extensief beheer


In Edegem transformeerden we een volledig verharde en onderbenutte ruimte tot een biodiverse en avontuurlijke tuin. De nieuwe inrichting omvat een infiltratiekom voor een betere waterhuishouding, speelelementen, bomen, eetbare planten, zitelementen en waterdoorlatende paadjes naar de omliggende tuinen. Het groenontwerp zet sterk in op gelaagdheid met bomen, struiken, onderbeplanting, kruiden, bollen en grassen, en blijft het hele jaar aantrekkelijk dankzij een lange bloeiboog. Daarnaast sluit de tuin aan op de ruimere groenstructuur in de omgeving. In Laakdal verwijderden we op verschillende plekken verharding en voegden nieuw groen toe. Zo groeit de wijk uit tot een koele, biodiverse leefomgeving met gevarieerde beplanting en ontmoetingsplekken voor alle leeftijden. Vanaf de start fungeerde het project ook als voorbeeld voor inheemse beplanting en extensief onderhoud voor de gemeentelijke onderhouds- en groendienst en voor de bewoners.


Edegem: De binnentuin wordt een gezellige, levendige tuin waar ieder een plekje kan vinden onder het bladerdek of in de zon. We voorzien soorten die eetbaar zijn voor mens en dier. 




Beide projecten kiezen bewust voor een biodivers groenontwerp met extensief beheer en dus een beperkte onderhoudsnood. Zo’n aanpak vraagt wel kennis en maatwerk. Gemeenten en woonmaatschappijen beschikken vaak niet over die expertise, waardoor de keuze voor een geschikte ontwerper cruciaal is. Een doordacht groenontwerp kan een project over de volledige levenscyclus bovendien aanzienlijk goedkoper maken dan een klassiek en vaak achterhaald ontwerp met veel verharding. Bij de (her)aanleg van openbaar domein blijkt groen bijna altijd goedkoper dan verharding. Het blijft wel essentieel dat uitvoerders en beheerders de ontwerpkeuzes goed begrijpen en er ook naar handelen.


Aandacht voor hergebruik


In Edegem gebruikten we zoveel mogelijk materiaal ter plaatse: betontegels als zitmuurtjes, uitgegraven grond van de wadi voor speelheuvels en glooiingen. Dit leverde zowel ecologische als financiële voordelen op. In beide projecten bleek de funderingslaag dikker dan verwacht, wat de kosten deed oplopen. Daarom besloten we in Edegem de steenpuinfundering onder de paden te behouden en te perforeren, zodat deze waterdoorlatend werd. We dachten er ook aan om de fundering te laten liggen en te mengen met teelaarde voor de groenzones. Hoewel dit in andere projecten al succesvol gebeurt, was dit hier niet mogelijk door de zandcementfundering en een risico op vervuiling. Dit benadrukt het belang van tijdige staalnames en een grondig vooronderzoek, ook van de dikte en samenstelling van de verschillende bodemlagen onder de verharde toplaag.

Het belang van participatie


In beide projecten organiseerden we drie participatiemomenten. Om sociale huurders effectief te bereiken, vraagt participatie een doordachte aanpak. Spreek in laagdrempelige en begrijpelijke taal en werk samen met sociale werkers of vertrouwenspersonen om ook moeilijk bereikbare groepen te betrekken.

Aan het begin van het traject verzamelden we kennis over de plek. Later koppelden we het schetsontwerp terug aan de bewoners, zodat zij het konden bijsturen. In Edegem reageerden bewoners enthousiast toen het betonnen plein plaatsmaakte voor een avontuurlijke, biodiverse binnentuin. Ze vroegen wel om hun private tuinen bereikbaar te houden via een halfverhard pad en om een picknickbank als ontmoetingsplek. Dat leidde uiteindelijk tot een waterdoorlatend pleintje met zitmuurtjes in het midden.


Ook een plant- of doe-dag tijdens de uitvoering bleek erg waardevol. Zulke activiteiten activeren bewoners en stimuleren collectief groenbeheer. Bovendien bereiken ze vaak een bredere groep mensen dan klassieke participatiemomenten.

Op verschillende plekken in de Laakdalse wijk verwijderden we overbodige verharding en vervingen die door bloemrijk grasland of gemaaid gazon. Op andere plaatsen creëerden we een zachte zonk in het gras met natuurlijke speelaanleidingen, zoals boomstammen, en plantten we enkele nieuwe notenbomen.

Communiceer daarbij altijd duidelijk wat het doel van de participatiemomenten is. Tijdens zulke bijeenkomsten komen onvermijdelijk ook andere thema’s naar boven, zoals te snel rijden, vuilnisophaling of de nood aan speelruimte. Houd daar rekening mee en speel er waar mogelijk op in. Verkeersveiligheid biedt bijvoorbeeld een interessante koppelkans, omdat ontharding de snelheid in woonwijken helpt verlagen. De betrokkenheid van de gemeente blijft daarbij essentieel voor een continue communicatie, net als de inzet van een medewerker woonbegeleiding van de woonmaatschappij om gevoeligheden tijdig op te vangen.


Te veel plek voor de auto?

Parkeren en toegankelijkheid voor verhuis, laden en lossen en hulpdiensten vormden het meest besproken thema tijdens de participatie. Bovengronds parkeren bepaalt in sterke mate hoeveel verharding er nodig is. Tegelijk woont in dit soort wijken een bovengemiddeld grote groep mensen zonder auto. Dat roept een fundamentele vraag op: voor wie richten we het openbaar domein eigenlijk in?

Er is dringend nood aan een bredere maatschappelijke discussie over parkeren en mobiliteit. Gemeentelijke parkeerverplichtingen blijken vaak duur en sluiten niet aan bij de realiteit van sociale woonprojecten. Door strikte gemeentelijke eisen reserveren woonmaatschappijen soms tot de helft van hun projectgrond voor mobiliteit. Slimmere oplossingen bieden nochtans veel kansen, zoals geclusterd parkeren, deelwagens en aangepaste parkeernormen.

Ook toekomstgericht ontwerpen is cruciaal. Denk bijvoorbeeld aan een parkeergarage die later kan transformeren naar een andere gebruiksruimte. Vandaag krijgt die mogelijkheid nog te weinig aandacht. De meerkost voor zulke aanpassingen, zoals extra plafondhoogte, blijkt bovendien moeilijk te verantwoorden, zeker binnen de huidige subsidievoorwaarden.


Aannemer ontharding en vergroening, een gat in de markt?

Aannemers vinden voor deze relatief kleine en alleenstaande projecten (800 m² tot 900 m²) was een uitdaging. Offerteprijzen vanuit de private markt waren duurder dan voorzien. In Laakdal was de betrokkenheid van de gemeente cruciaal. Dankzij hun netwerk vonden we geschikte aannemers en de technische diensten voerden een deel van de onthardingswerken zelf uit, waardoor het project betaalbaar bleef. Een raamcontract voor meerdere kleine onthardings- en vergroeningsprojecten kan een interessante piste zijn.

Tijdens co-creatiesessie 2 nodigden we in Laakdal buurtbewoners uit om vanuit verschillende perspectieven na te denken over hoe ze hun wijk konden verbeteren.


Oproep tot actie en samenwerking

Verouderde sociale woonwijken bieden volop kansen om te ontharden en vergroenen. Het zijn wijken met een grote kwetsbaarheid, zowel door de hoeveelheid verharding als het bewonersprofiel. Ook de eigendomsstructuur biedt kansen: de gemeente en de woonmaatschappij bezitten samen veel (soms zelfs alle) grond, een groot contrast met de gemiddelde Vlaamse woonwijk. De grote renovatieopgave biedt een uitgelezen momentum om werk te maken van klimaatrobuuste en aangename sociale woonwijken. Hierbij is een hechte samenwerking tussen woonmaatschappijen, gemeenten, ontwerpers en bewoners essentieel. Daarnaast zijn heldere beleidskaders en voldoende financiering nodig om deze transitie structureel te verankeren.


Meer informatie
www.vibe.be

www.breekijzer.be

Themadag ‘Sociale woonwijken als groenblauwe parels’ - 23 april 2026


Programma en inschrijven via https://forms.gle/ywosgz43AS1T8wGq8


De gemiddelde Vlaamse sociale woonwijk laat zich herkennen aan een kaal openbaar domein vol verharding. De wijken lichten vandaag donkerrood op in hittestresskaarten en zijn extra gevoelig voor de gevolgen van de klimaatverandering. Hier liggen grote kansen om te ontharden en te vergroenen, en om de leefomgeving gezonder en meer klimaatrobuust te maken. Tegelijk is het niet altijd vanzelfsprekend om bewoners van die kansen te overtuigen, en zijn deze buitenruimtes vaak het resultaat van een rationaliseringsoefening waarbij groenbeheer — in kosten en organisatie — maximaal werd vermeden.


Binnen deze context vond het groenblauwe parelproject Na(b/t)uurschap plaats, waarbij de buitenruimte in twee sociale woonwijken werd onthard en vergroend. Tijdens deze studiedag, bij een van de pilootprojecten in Laakdal, gaan we dieper in op demeerwaarde van onthardingen op de vraag hoe gemeenten en sociale woonmaatschappijen maximaal kansen kunnen grijpen bij een heraanleg of renovatieprogramma.


We trekken lessen uit de uitgevoerde projecten, met aandacht voor concrete ontwerp- en aanlegkeuzes, het participatieproces met bewoners en de noodzakelijke aanpassingen in het overkoepelende beleid. Daarbij staan we expliciet stil bij het belang van een goede afstemming en samenwerking tussen gemeente en sociale woonmaatschappij als cruciale randvoorwaarde voor duurzame en gedragen wijktransformaties.


De dag bestaat uit een plenaire voorstelling van de projectresultaten, twee deelsessies op maat van projectleiders/ontwerpers en beleidsmedewerkers en een begeleid sitebezoek op een van de pilootprojecten.


Datum: donderdag 23 april, 10u-15u30


Voor wie: project- of beleidsmedewerkers woonmaatschappijen, project- of beleidsmedewerkers overheden, ontwerpers.


Organiserende partners: VIBE, Gemeente Laakdal, Stramien, Comisol, Breekijzer, woonmaatschappijen Thuisrand en Leefgoed, Initia Vlaanderen, Wonen in Vlaanderen en Departement Omgeving


Programma en inschrijven via https://forms.gle/ywosgz43AS1T8wGq8

Toolbox Voetgangersplan

Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.

De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.