
DOSSIER
Negen sleutelelementen voor een regeneratief ontwerp
Tobias Nauwelaers, bio-ingenieur (Sweco - Senior expert)
Ernesto Diez, ir. architect en stedenbouwkundige (Sweco - Project manager)
Isabelle Putseys, dr. stedenbouwkundige - Climate Resilience expert
Steden worden geconfronteerd met milieuproblemen door exploitatie van natuurlijke ecosystemen, hoog grondstofverbruik en vervuiling. Een regeneratieve ontwerpbenadering beschouwt steden niet als een geïsoleerd systeem, maar als onderdeel van een uitgebreider ecologisch geheel. In een regeneratieve omgeving werken natuurlijke en sociale systemen samen als gelijkwaardige partners. Regeneratief ontwerp gaat verder dan het streven naar impactneutraliteit en het actief herstellen, en versterken van ecosystemen en het welzijn van mensen. Door steden te ontwerpen die meer teruggeven dan ze nemen, kunnen we leefbare en veerkrachtige gemeenschappen creëren waarin zowel mens als natuur zich kunnen ontwikkelen.

Volgens Pamela Mang en Bill Reed van het Regenesis Institute for Regenerative Practice en Herbert Girardet van de HafenCity University Hamburg betekent regeneratieve ontwikkeling een maatschappelijke verschuiving van het beperken van schade naar het actief teruggeven aan het milieu. Het omvat meerdere niveaus van ecologisch ontwerp.

Een studie van Sweco in 22 Europese steden toont echter aan dat de stedelijke groen-blauwe dekking met 42% kan toenemen, wat neerkomt op een uitbreiding van 56.290 hectare binnen de bebouwde omgeving. Door regeneratieve ontwerpprincipes toe te passen, kunnen deze ruimten niet alleen worden uitgebreid, maar dragen we ook bij aan gezondere leefomgevingen voor mensen en aan een grotere diversiteit in de natuur.
Een regeneratief ontwerp benadrukt de noodzaak van een plaatsgebonden, systematische aanpak die groene infrastructuur integreert met milieubeleid, gemeenschapsbetrokkenheid, duurzame mobiliteit, energie- en waterbeheer, circulaire economie, voedselproductie en volksgezondheid. Maar hoe geven we dit concreet vorm? We formuleren negen samenhangende elementen die in elk project geïntegreerd kunnen worden.
"Een regeneratieve ontwerpbenadering beschouwt steden niet als een geïsoleerd systeem, maar als onderdeel van een uitgebreider ecologisch geheel"

9 sleutelelementen voor een regeneratieve omgeving
1 Groene infrastructuur in de steden: een mindshift
In veel lidstaten staat business-as-usual in de ruimtelijke planning voor een aanpak die natuurlijke corridors en ondergrondse lagen buiten beschouwing laat. Een regeneratief stadsontwerp kiest bewust voor een andere koers: steden groeien in samenhang met hun natuurlijke omgeving. Daarom verdient de integratie van groene en blauwe structuren, zoals bomen, wetlands en groendaken, bijzondere aandacht. Deze elementen versterken de biodiversiteit, vergroten de klimaatbestendigheid en creëren recreatieve plekken die zowel fysieke activiteit als mentaal welzijn stimuleren. De focus ligt daarbij op boomkroonbedekking en een evenwichtige spreiding van groene ruimtes volgens de 3-30-300-richtlijn, op een rijke biodiversiteit, op het terugdringen van hittestress en op een eerlijke toegang tot groen voor alle, in het bijzonder kwetsbare, bevolkingsgroepen.

In Turnhout groeide het herstel van het blauw-groene netwerk vanuit onderzoek, dat aantoonde hoe het oorspronkelijke stratenpatroon inspeelde op de microtopografie en natuurlijke afstromingsgebieden in de publieke ruimte. Het Integraal Groen- en Waterplan (IGWP) bouwt hierop verder en herstelt de synergie tussen sociale structuren en ecologische systemen — van bron- en kwelzones tot microreliëf en ondergrond. Met focus op het centrum en de stedelijke wijken vertaalt het plan de rol van publieke en private ruimte binnen het groenblauwe netwerk naar een concrete leidraad voor de stadsdiensten.
2 Biodiversiteit: inheemse soorten en ecologisch herstel
Geef voorrang aan inheemse plantensoorten in parken en andere groene ruimtes om lokale ecosystemen te versterken en de biodiversiteit te vergroten. Bij het ontwerp en beheer van groen geldt: stuur de natuur niet strak aan, maar geef haar de ruimte om zich volledig te ontplooien. Door aangetaste gronden en waterwegen actief te herstellen, verbetert de ecologische gezondheid van de stad merkbaar. De focus ligt op een hoge bedekking van inheemse soorten, op het beheersen van invasieve soorten en op het herstel en de reparatie van gedegradeerde bodems en watersystemen.

Het valleilandschap van de Herk staat voor vele uitdagingen; klimaatbuffering, herstel van de natuurlijke waarden, landgebruik en inrichting. De toekomstige rollen van de vallei als natuur en waterverbinding, buffer en infiltratiezone maar tegelijk als sport en recreatiezone werden ontworpen met respect voor de draagkracht van het landschap. Het gebruik van inheemse soorten en herstel van de graslandschappen en bomengroepen regenereren de natuur- en groenverbindingen en verhogen de biodiversiteit.
3 Connectiviteit en netwerken van ecosystemen
Ontwikkel groene corridors die parken, bossen en waterlopen met elkaar verbinden, zodat ecosystemen samenhang behouden en planten en dieren zich vlot door de stad kunnen verplaatsen. Deze verbindingen vergroten hun overlevingskansen en verkleinen het barrière-effect van verstedelijking. Steden kunnen groene corridors realiseren in het publieke domein, bijvoorbeeld in straten en langs waterlopen, én op privaat terrein als een fijnmazige, groene structuur. Vooral in sterk verstedelijkte riviervalleien vraagt ecologische connectiviteit extra aandacht. Strategisch geplaatste stapstenen versterken bestaande verbindingen en helpen corridors binnen het groene netwerk herstellen. De focus ligt op de lengte en continuïteit van groene corridors, op sterke verbindingen tussen habitats, op de verplaatsing en migratie van soorten en op het vrijwaren van groene terreinen door ze onbebouwd te laten en ongestoorde natuurgebieden te creëren.

De natuurlijke Zennevallei in Brussel heeft in het verleden sterk geleden onder de groei en verstedelijking, waarbij de rivier en haar wetlands vandaag grotendeels onzichtbaar aanwezig zijn in/onder sterk bebouwde gebieden. In het openruimtenetwerk in en rond Brussel worden verbindingen in kaart gebracht, de stapstenen benoemd en de betrokken partners en actoren voor regeneratie geïdentificeerd. Het project Open Ruimte Brussels is een ontwikkeling en landschapsvisie om een coherent open ruimte netwerk in en rond Brussel te bouwen.
4 Duurzaam waterbeheer: het sponsprincipe
Steden beheren regenwater het best op een duurzame manier via retentie-, infiltratie- en hergebruiksystemen die ze integreren in natuurgebaseerde oplossingen. Deze aanpak beperkt piekafvoeren en overstromingen, bewaakt de waterkwaliteit, creëert nieuwe habitats voor planten en dieren en draagt bij aan een gezonde en veerkrachtige leefomgeving. De focus ligt op het aandeel stormwater dat lokaal wordt opgevangen en benut, op de kwaliteit van stedelijke waterlichamen, op het verkleinen van het overstromingsrisico en op het vergroten van doorlatende oppervlakken.

In het kader van het Blue Deal-programma draagt het herstel van de Amelvonnebeek bij aan een klimaatrobuuste en waterzekere omgeving. De ondersteunende maatregelen omvatten onder meer hermeandering, vernatting, het afbouwen van drainage en het herstel van habitats voor inheemse soorten. Zo wordt de gedegradeerde ecohydrologische staat teruggedraaid en de natuurlijke sponswerking van het landschap hersteld.
5 Sociale inclusiviteit en participatie: engagement creëren
Betrek bewoners en het middenveld actief bij het planningsproces en nodig hen uit om mee de visie vorm te geven en deel te nemen aan regeneratieve praktijken, van lokaal bestuur tot gemeenschappelijke tuinen. Zo versterken steden inclusiviteit en gelijkheid en bouwen ze aan een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid, engagement en eigenaarschap. De focus ligt op de mate van gemeenschapsbekrachtiging, op een brede en inclusieve participatie aan gemeenschapsactiviteiten, op het aantal co-gecreëerde projecten, op gezondheids- en sociale gelijkheid en op innovatie binnen lokale bestuursmodellen.

In het project OPEN Anderlecht vormen participatie en cocreatie een belangrijk onderdeel van het studiewerk. Sinds de start van het project zijn bewoners en middenveldorganisaties actief betrokken via verschillende participatievormen, zoals participatieve wandelingen, tentoonstellingen en presentaties. De actieve betrokkenheid van deze actoren is een essentieel onderdeel voor het succes van het project.

Het innovatietraject stedelijke natuur en natuurweefselplanning zet in op zes cases met proeftuinen voor een burgergedreven aanpak, uitgewerkt door het Agentschap voor Natuur en Bos, onder regie van G. De Keyser, (samen met Sweco, ROOT, Kollektive, vzw waterland). Natuurweefselplanning ijvert voor meer en betere stedelijke natuur door middel van een regeneratieve methodiek die inspelen op sociale en ecologische uitdagingen.
6 Circulaire economie: hergebruik
Laat energie, materialen en water circuleren in gesloten kringlopen door afval te beperken en grondstoffen maximaal te hergebruiken en te recycleren. Steden kunnen energie opwekken uit hernieuwbare bronnen zoals zonne-, wind- en geothermische energie. Door afval als grondstof te beschouwen, ontstaat extra waarde, bijvoorbeeld via compostering van organisch afval of de omzetting ervan in energie. De focus ligt op de hoeveelheid afval die wegblijft van stortplaatsen, op het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen, op efficiënt materiaalgebruik, op demontabele bouwstructuren, op gedeelde diensten en infrastructuren en op het toepassen van circulaire stromen in bouw en productie.

Het oude havengebied van Oostende is in transformatie en het Oosteroever-project gebruikt de kringloopprincipes vroegtijdig in het ontwerpproces om randvoorwaarden en synergiën bij alle stakeholder te identificeren. Daardoor zijn de regeneratieve principes structureel verankerd in de gehanteerde procesaanpak.
7Stedelijke voedselproductie
Stimuleer lokale voedselproductie via stedelijke landbouw, permacultuur, daktuinen en gemeenschappelijke tuinen met inheemse en klimaatbestendige soorten. Door bewoners vanaf de start te betrekken, groeien deze initiatieven uit tot breed gedragen gemeenschapsprojecten. De integratie van stedelijke voedselsystemen verlaagt de CO₂-uitstoot en versterkt tegelijk de lokale economie. De focus ligt op de hoeveelheid voedsel die de gemeenschap zelf produceert en op de toegankelijkheid van tuingronden voor alle bewoners.

Binnen het masterplan en ontwerp omgevingsaanleg voor Burenberg in Leuven zorgen de collectieve tuinen voor een grote woonkwaliteit in deze binnenstedelijke wijk. In het verlengde van de terrassen van de nieuwe woningen wordt een genereuze gedeelde tuin met eetbare planten en kruiden voorzien.
8 Adaptieve infrastructuur
Integreer een stedelijk of gemeentelijk ontwikkelingsplan dat duidelijke minimumeisen vastlegt voor sociaal-economische en ecologische kwaliteit in projectontwikkeling. Steden kunnen infrastructuur bouwen of renoveren die netto-positief presteert en bestand is tegen klimaatverandering, zoals extreme hitte, hevige neerslag en droogte. Gebouwen belasten het milieu niet langer, maar dragen actief bij aan de gezondheid van mensen via natuurinclusief ontwerp, hernieuwbare materialen en energie-efficiënte technologieën. De focus ligt op een hoog aandeel netto-positieve en gezonde gebouwen die voor iedereen toegankelijk zijn, op heldere energie-efficiëntieclassificaties en op regeneratieve financieringssystemen die sociale en ecologische rechtvaardigheid ondersteunen. Daarnaast verdienen het meten en verminderen van hittestress, evenals het herbestemmen en nieuw leven inblazen van braakliggende terreinen, bijzondere aandacht.

Een risico-gebaseerd en natuurkrachtig actieplan vormt de basis voor regeneratieve stedelijke transformatie. Een adaptatieproces start met het inschatten van risico’s op basis van blootstelling, kwetsbaarheid en ernst. In een klimaatadaptatiescan, zoals in Bilzen- Hoeselt , wordt niet alleen gekeken naar wateroverlast, hitte en droogte, maar ook naar de specifieke kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen en ecotopen. Regeneratieve adaptatieplannen, zoals in het Groenplan Leuven , bouwen voort op de eigen natuurkracht.
9 Regeneratief transport en mobiliteit
Zorg ervoor dat belangrijke diensten en voorzieningen binnen vijftien minuten te voet of per fiets bereikbaar zijn. Stimuleer duurzame vervoersvormen zoals wandelen, fietsen en openbaar vervoer. Door in te zetten op wandelbare buurten met goed verbonden fietspaden, e-transport en autovrije zones verminderen steden hun afhankelijkheid van de auto. De focus ligt op hoge scores voor loopbaarheid en fietsvriendelijkheid, op een duidelijke modale verschuiving richting wandelen, fietsen en openbaar vervoer, op een betere luchtkwaliteit en op de integratie van groene infrastructuur in transportnetwerken, waarbij groene corridors worden versterkt in plaats van onderbroken. Het 15-minutenstad-principe vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

In het kader van het regionale mobiliteitsplan voor Vlaams-Brabant werkten we een overkoepelende mobiliteitsvisie uit onder de noemer Regionet Oost-Brabant. Regionet vormt de basis voor het Regionaal Mobiliteitsplan van de Vervoerregio Leuven en vertrekt vanuit een geïntegreerde benadering van mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling, sterke OV-assen als ruggengraat, ondersteund door fijnmazige fietsnetwerken en multimodale knooppunten. Door in te zetten op knoopgerichte ontwikkeling en duurzame vervoersmodi laten we ruimte voor de regeneratie van menselijke en natuurlijke systemen. Het vergroot de bereikbaarheid van kernen, vermindert het de verkeersdruk en draagt het bij aan een klimaatrobuuste en samenhangende regio .
Meer informatie: www.swecogroup.com
Toolbox Voetgangersplan
Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.
De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.