EN PLEIN PUBLIC

Sabine Miedema

Sabine Miedema (°1992) is socioloog en stedenbouwkundige en werkt als projectcoördinator bij Kind & Samenleving vzw. Ze is expert in kindvriendelijke publieke ruimte en mobiliteit en zet haar schouders onder andere onder projecten rond meisjes en de publieke ruimte en speelruimte voor kinderen met een beperking.

Op welke manier komt u in uw dagelijkse beroepsactiviteiten in aanraking met publieke ruimte?


Ik kom niet enkel op papier met publieke ruimte in aanraking, maar ga vooral samen met kinderen op stap in de publieke ruimte om te zien hoe zij die beleven en gebruiken. We kijken samen wat goed werkt, waar ze tegenaan lopen en hoe de ruimte beter kan. Is er genoeg plek om te spelen? Kun je je veilig en zelfstandig verplaatsen? En valt er onderweg genoeg te beleven om er met plezier te komen? Die ervaringen en ideeën vertalen we naar aanbevelingen voor lokale besturen, ontwerpers en beleidsmakers. Publieke ruimte is voor mij dan ook meer dan alleen functioneel: het gaat over spelen, ontmoeten, bewegen en je zelfstandig kunnen verplaatsen. En wat goed is voor kinderen, is vaak ook goed voor iedereen.


Aan welke publieke ruimten uit uw kindertijd heeft u de mooiste herinneringen overgehouden? Speelde u als kind op straat?


Ik ben opgegroeid in een dorp in Friesland, waar het vanzelfsprekend was om buiten en op straat te spelen. Als klein kind speelde ik in de bosjes naast ons huis, bouwden we kampen en maakten we madeliefjessoep. Als tiener trokken we het dorp uit, met een zwemband en een zak chips in de fietstas, om te gaan zwemmen in de vaart. Inmiddels hebben dorpsbewoners zelf een dorpsstrand aangelegd, waardoor tieners vandaag gewoon in het dorp kunnen blijven om te plonsen. Mooi om te zien hoe publieke ruimte mee vorm kan krijgen door de bewoners zelf.


Welke plaats heeft u ooit ontroerd of verrast?  


Twee plekken die me sterk zijn bijgebleven, zijn de ontmoetingsplekken L’Abelle Vue in Abele (Poperinge) en het Watermolenparkje in Elene (Zottegem). Voor mijn masterthesis stedenbouwkunde onderzocht ik hoe dorpsbewoners er zelf ontmoetingsplekken in de publieke ruimte hadden gecreëerd. Wat me raakte, was de kracht van bewoners die de handen uit de mouwen steken en zich inzetten voor hun dorp. Door financiële en projectmatige ondersteuning van bijvoorbeeld de provincie, de Regionale Landschappen en de gemeenten kunnen bewoners plekken maken waar gezinnen elkaar kunnen ontmoeten. Zeker in dorpen, waar voorzieningen en ontmoetingskansen verdwijnen, tonen deze initiatieven hoe belangrijk publieke ruimte kan zijn voor het dorpsgevoel.


Welke openbare ruimte in België moeten onze lezers zeker bezoeken? Waarom? 


Ik woon zelf in Brussel en vind dat onze hoofdstad heel wat inspirerende voorbeelden van publieke ruimte heeft. Voor jongere kinderen vind ik het project Playcation van de VGC heel tof: tijdelijke speelinstallaties die tijdens de zomer op verschillende plekken in Brussel verschijnen. Voor jongeren vind ik het Zennepark een mooi voorbeeld: een groene, trage verbinding door een buurt waar weinig publieke ruimte beschikbaar is, met ruimte om te wandelen, te verblijven en elkaar te ontmoeten. Een fijne wandelroute, een rustige hangplek en misschien wel de perfecte plek om met je eerste lief af te spreken.


Welke buitenlandse stad vindt u absoluut een bezoek waard? 


Voor mij is Utrecht echt een stad op kindermaat. Tijdens mijn laatste bezoek viel het me weer op dat de meeste schoolspeelplaatsen publiek toegankelijk zijn, iets waar we in Vlaanderen nog een cultuuromslag moeten maken. Nochtans bieden die speelplaatsen extra speelkansen in dichtbebouwde wijken. Neem de fiets en passeer eens een paar scholen. Twee bijzondere voorbeelden: de Dafne Schippersbrug landt letterlijk op het dak van de Montessorischool en in de fietslus bevindt zich de schoolspeelplaats. Bij basisschool Op De Groene Alm ligt de speelruimte bijna volledig buiten het schooldomein en kunnen kinderen er spelen tussen de bomen en aan het water.


Wie verdient volgens u een onderscheiding voor zijn of haar inzet voor kwaliteitsvolle publieke ruimten? 


Een klassieker, maar tijdens mijn opleiding sociologie las ik Steden voor mensen van Jan Gehl. Het boek maakte voor mij duidelijk hoe belangrijk het is om het menselijke perspectief mee te nemen in het ruimtelijk ontwerp. Daarom werk ik graag op het snijvlak van sociologie en stedenbouw: we moeten het ontwerp van onze stad niet alleen aan ontwerpers overlaten, maar samen met bewoners vormgeven. Kinderen zijn daarin extra belangrijk, zij zien en gebruiken de stad anders en ervaren de publieke ruimte vooral te voet of met de fiets. Een stad is voor mij pas echt goed als ze ook op ooghoogte van een kind goed is.


Welke ontwikkeling of tendens krijgt de komende jaren uw bijzondere aandacht? 


De klimaatopgave biedt volgens mij een enorme kans om onze publieke ruimte opnieuw te bekijken. Meer groen, schaduw en ruimte voor water zijn noodzakelijk, maar waarom zouden we die plekken niet tegelijk inzetten voor ontmoeting en verblijf? Ik ben benieuwd hoe we van klimaatadaptatie een sociale én ruimtelijke opgave kunnen maken, waarbij we niet alleen een koelere stad creëren, maar ook een stad waar mensen graag buiten zijn.