DOSSIER

Kleine ruimte, grote kansen

Hoe groene speelplaatsen kinderen én hun buurt opnieuw ruimte geven

Kristien Justaert (Regionale Landschappen)

Terwijl open ruimte in Vlaanderen steeds schaarser wordt, groeit de behoefte aan plekken waar kinderen vrij kunnen spelen, bewegen en elkaar ontmoeten. Kleine, semi-publieke ruimtes bieden daarbij verrassend veel kansen. Door bestaande speelplaatsen en andere speelterreinen te vergroenen, kinderen te betrekken bij het ontwerp en gedeeld gebruik te stimuleren, ontstaan leefbare plekken met meerwaarde voor mens, natuur en buurt.

"In dichtbebouwde omgevingen kunnen semi-publieke speelplaatsen de ontbrekende schakel vormen tussen privétuin en openbaar domein."

In 2025 begeleidden de 18 Regionale Landschappen in Vlaanderen 123 scholen bij de vergroening van hun speelplaats. In steeds meer projecten gaan vergroening, participatie en gedeeld gebruik hand in hand. Toch blijft het openstellen van een schoolomgeving buiten de schooluren voor veel scholen nog een stap te ver. Bezorgdheden over zwerfvuil, vandalisme of hangjongeren spelen daarbij een rol, net als vragen over beheer en verantwoordelijkheid. De ervaringen uit de praktijk tonen echter dat die drempels niet onoverkomelijk zijn. Met duidelijke afspraken, een doordacht ontwerp en betrokkenheid van de buurt kan een speelplaats ook buiten de schooluren een waardevolle plek worden voor ontmoeting, spel en beweging.


Dat gedeeld gebruik bovendien meerwaarde creëert, blijkt uit verschillende projecten van de Regionale Landschappen. Door bestaande ruimte open te stellen en multifunctioneel in te richten, ontstaat extra kwaliteitsvolle buitenruimte zonder dat daarvoor nieuwe grond moet worden aangesneden. De speelplaats wordt zo niet alleen een plek voor de school, maar een schakel in het lokale netwerk van publieke en groene ruimtes. Tegelijk biedt het vergroeningstraject kansen om kinderen actief te betrekken: zij worden niet alleen gebruikers van de ruimte, maar denken mee na over de inrichting en bouwen zo mee aan hun eigen leefomgeving.

Het ‘ontwerpspel’ in de praktijk

Van speelplaats naar leefplaats


Onderzoek toont al langer aan dat natuurlijke speelomgevingen creativiteit, motorische ontwikkeling, concentratievermogen en sociaal spel stimuleren. Een heuvel wordt een uitkijkpost, een boomstam een evenwichtsbalk, een bloemenweide een plek om insecten te ontdekken. Bovendien zorgt een groene omgeving voor verkoeling, waterberging en meer biodiversiteit.


Wanneer zulke plekken buiten de schooluren ook toegankelijk worden gemaakt voor buurtbewoners of jeugdverenigingen, ontstaat een extra maatschappelijke meerwaarde. Zeker in dichtbebouwde omgevingen kunnen semi-publieke speelplaatsen de ontbrekende schakel vormen tussen privétuin en openbaar domein.

Woonzorgcentrum Sint-Egidius: waar jong en oud elkaar ontmoeten​​​​​​​

Kindermaat begint bij luisteren


Een groene speelplaats is in de eerste plaats een plek voor kinderen. Een speelplaats ontwerpen op kindermaat vraagt dat ontwerpers begrijpen hoe kinderen een plek beleven. Daarom zetten de Regionale Landschappen sterk in op participatie. Kinderen kijken immers anders naar ruimte dan volwassenen. Die andere blik betrekken in het ontwerpproces is onmisbaar om een ruimte te creëren die daadwerkelijk gebruikt wordt door élk kind.


Regionaal Landschap Lage Kempen besteedde in een recent afgerond project ook veel aandacht aan genderinclusief ontwerp. Bij de inrichting van publieke ruimtes maken architecten heel wat bewuste of onbewuste keuzes in hun speelfuncties en ontwerpen. Die ontwerpen kunnen meer aansluiten bij traditionele jongens- en meisjesrollen. In de praktijk blijken buitenruimtes echter vaker afgestemd op actievere en soms ruwere spelvormen die doorgaans met jongens worden geassocieerd. Hierdoor ervaren meisjes (of de meer rustige jongens) die ruimtes soms minder als aangenaam of veilig.


Het is daarom belangrijk om speelruimtes zo te ontwerpen dat ze aansluiten bij de behoeften van alle kinderen. In de praktische gids (Be)leefbare oases, beschrijft het Regionaal Landschap enkele participatietechnieken die door hen gebruikt werden bij het inrichten van een aantal multifunctionele ontmoetingsplekken in de Limburgse gemeenten Hechtel-Eksel, Houthalen-Helchteren en Lommel. Picto-play, een methodiek van Kind & Samenleving, is bijvoorbeeld een heel open techniek, toegankelijk voor alle leeftijden, die de wensen van alle kinderen in beeld kan brengen. Met stemkaarten en scenario-voting kan iedereen anoniem kiezen op haar of zijn favoriete ontwerp – een methode die ook geschikt is voor alle leeftijden. Het zijn allebei visuele methodieken die heel laagdrempelig ingezet kunnen worden.

Picto-Play is een laagdrempelige participatiemethodiek voor alle leeftijden

Groenere speelplekken


De Antwerpse Regionale Landschappen (Rivierenland, Schelde-Durme, Kleine en Grote Nete en De Voorkempen), werkten recent samen in een project rond het vergroenen van speelnatuur (speelplaatsen maar ook andere speelterreinen).


De eerste stap in het ontwerpen van zo’n speelplek is het creëren van draagvlak. Daarvoor werden tal van participatieve methodieken met kinderen gebruikt. Zo werd met jongeren bijvoorbeeld een ‘ontwerpspel’ gespeeld: in teams spelen kinderen spelletjes om ‘speelgeld’ te verdienen. Met dat budget kopen ze foto’s of speelelementen voor hun droomterrein. Tot slot ontwerpen ze zelf hun ideale speelplek met die elementen op een grondplan.


Belangrijk bij participatietrajecten - zowel bij kinderen als volwassenen – is om valse verwachtingen te voorkomen. Sommige ideeën of voorstellen zijn simpelweg niet haalbaar. Transparantie over het kader waarbinnen samen aan een ontwerp gewerkt wordt, is dan ook van groot belang voor het welslagen van het project. Bij het ontwerpspel zorg je er bijvoorbeeld voor dat de speelelementen die de kinderen kunnen ‘kopen’ allemaal realistisch zijn. Bij een Picto-Play oefening kan je bijvoorbeeld enkel ‘functies’ (spelen, rusten…) afbeelden, in plaats van concrete elementen.

"Een speelplaats die ecologisch, ruimtelijk en sociaal verbonden is met haar omgeving wordt onderdeel van een netwerk van groene ruimtes, ontmoetingsplekken en trage verbindingen"

Het ‘ontwerpspel’ in de praktijk

Ruimte voor meerdere generaties


Naast speelplaatsen van scholen en jeugdbewegingen worden ook andere groene ruimten multifunctioneel en zelfs multigenerationeel ingezet. Regionaal Landschap Meetjesland en Leievallei begeleidde een woonzorgcentrum in Lochristi bij het herinrichten van hun tuin. De site was al toegankelijk voor bezoekers uit de buurt, maar wilde meer ontmoeting stimuleren én ruimte bieden voor biodiversiteit. Zo transformeerde een strak gazon tot een publieke groene ruimte die iedereen kan bezoeken om te komen wandelen of te spelen. Een bevraging naar de noden bij de familieleden van de bewoners van het woonzorgcentrum en bij de kinderen van de aangrenzende school leverde een mooi resultaat op: er werd speelruimte toegevoegd tussen bloemenweides, bij een stukje pluktuin en vlak bij de moestuin. Bij deze laatste werden een speelhuisje en boomstammen geplaatst. In het bos kwam een kleine houten tipi in een open ruimte.


Daarnaast worden bij vergroeningsprojecten van de Regionale Landschappen de kinderen meestal ook betrokken bij de inrichtingswerken zélf, met name bij het aanplanten van bomen en struiken. Op die manier groeit de gedragenheid. Wie heeft meegeholpen met dromen, zorgen of bouwen, gaat later zorgvuldiger om met de plek.

Woonzorgcentrum Sint-Egidius: van gazon naar woonleeftuin voor oud en jong

Van perceel naar landschap


Een speelplaats of speelterrein staat nooit op zichtzelf. De Regionale Landschappen benaderen vergroeningsprojecten daarom steeds vanuit een integrale landschappelijke blik. Naast de behoeften van kinderen en andere gebruikers zijn ook bodem, biodiversiteit, klimaatadaptatie en landschappelijk erfgoed relevante ontwerpcriteria die steeds meegenomen worden in de oefening. Dat betekent bijvoorbeeld dat wordt gekozen voor inheemse plantensoorten en dat ruimte wordt voorzien voor voedsel- en nestgelegenheid voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Een speelplaats wordt zo niet alleen groener, maar kan ook functioneren als een groene stapsteen binnen een groter ecologisch netwerk.


Die landschappelijke benadering versterkt tegelijk het semi-publieke karakter van dergelijke plekken. Een speelplaats die ecologisch, ruimtelijk en sociaal verbonden is met haar omgeving, draagt bij aan meer dan de werking van één school of organisatie. Ze wordt onderdeel van een netwerk van groene ruimtes, ontmoetingsplekken en trage verbindingen. Kleine ruimtes krijgen zo een grotere impact – niet ondanks hun beperkte oppervlakte, maar dankzij hun verbinding met de omgeving.

Toolbox Voetgangersplan

Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.

De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.