
DOSSIER
Ruimte om jong te zijn
Kinderrechten en een pleidooi voor rondhangen in de publieke ruimte
Jolijn De Haene, Bieke Nackaerts, Wim Soontjens (Bataljong vzw) en Benedicte Roose, Marlies De Cock (Departement Cultuur, Jeugd en Media)
Publieke ruimte is cruciaal voor de ontwikkeling, het welzijn en de participatie van kinderen en jongeren. Toch wordt ze nog te weinig ontworpen vanuit hun perspectief. Een kinderrechtenperspectief helpt lokale besturen en ruimtelijke actoren om ruimtelijke keuzes af te toetsen aan gelijke kansen, participatie, gezondheid en duurzaamheid, en zo kinderen en jongeren voldoende ruimte te geven om jong te zijn.
"Bij tieners en jongeren ligt het gebruik van de publieke ruimte vaak hoog."
Die ruimte om jong te zijn krijgt pas echt betekenis wanneer we ook kijken naar hoe jongeren hun leefomgeving effectief gebruiken. Dat brengt ons onvermijdelijk bij een van de meest wezenlijke, maar vaak misbegrepen vormen van jeugdig ruimtegebruik: rondhangen.
Rondhangen is oké. Rondhangen is een recht voor alle inwoners in de gemeente. Voor veel tieners en jongeren is het een essentieel deel van hun ontwikkeling. Toch wordt rondhangen vaak gezien als een probleem, bijvoorbeeld door buurtbewoners. Met De Hangmakers willen Bataljong en tal van andere organisaties duidelijk maken aan lokale besturen dat rondhangen normaal is én hen uitnodigen om het te stimuleren.

Het speelveld van het dagelijkse leven
Een kind dat een omweg neemt langs een park om met vrienden af te spreken. Een tiener die een rustige plek zoekt om even alleen te zijn. Een kleuter die voor het eerst zelfstandig naar een speelplek wandelt. Voor kinderen en jongeren is publieke ruimte geen decor, ze vormt het dagelijkse speelveld van hun leven. Toch worden steden, dorpen, pleinen en parken nog te weinig ontworpen vanuit een kinder- en jongerenperspectief. Ontwerpers, lokale besturen en ruimtelijke actoren stellen onvoldoende de vraag: wat betekent deze ruimte voor kinderen en jongeren?
Een kwalitatieve publieke ruimte is belangrijk voor iedereen. Toch zijn kinderen en jongeren sterker afhankelijk van de kwaliteit van hun omgeving dan volwassenen. Ze beschikken minder vaak over een tuin of eigen vervoermiddel, zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en hittestress en worden disproportioneel getroffen door de gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Ze hebben zelf vaak weinig te zeggen over ruimtelijke beslissingen, terwijl die beslissingen een grote impact hebben op hun dagelijkse leven. Wie ruimte maakt voor kinderen en jongeren, investeert dus niet alleen in jeugdbeleid, maar ook in gezondheid, sociale cohesie, gelijke kansen, klimaatbestendige buurten en leefbare steden en gemeenten
.
Met het jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan 2025-2029 schuift Vlaanderen een duidelijke ambitie naar voren: kinderen en jongeren moeten voldoende ruimte krijgen om jong te zijn. Ruimte waar ze kunnen spelen, ontmoeten, experimenteren, leren, bewegen en deelnemen aan de samenleving. Publieke ruimte is hiervoor een essentiële hefboom, en een kinderrechtenperspectief een krachtig kompas.

Wat is rondhangen?
Volwassenen gebruiken de publieke ruimte voor ontmoetingen, ontspanning, verplaatsingen… Ook kinderen en jongeren spelen en sporten in de publieke ruimte, ontmoeten er elkaar om te babbelen, maken er gebruik van de faciliteiten of wachten er: op elkaar, op het openbaar vervoer… Bij kinderen heet dit dan meestal ‘spelen’. Bij tieners en jongeren kleven volwassenen daar nogal snel de term ‘rondhangen’ op.
Bij tieners en jongeren ligt het gebruik van de publieke ruimte vaak hoog. Vaak omdat ze (nog) geen eigen privéruimte ter beschikking hebben, waar ze helemaal zelf controle over hebben en waar ze zich aan het toeziend oog van ouders of opvoeders kunnen onttrekken. Daarom is het belangrijk dat we toegang tot publieke ruimte en de mogelijkheid om daar gewoon te ‘zijn’ zien als een recht.
Het recht op rust en ontspanning houdt met andere woorden ook het recht in om in de publieke ruimte te vertoeven. En dat houdt op haar beurt de verantwoordelijkheid in van lokale en bovenlokale overheden om te voorzien in kwalitatieve en toegankelijke publieke ruimtes waarin verschillende groepen aanwezig kunnen zijn. Openbare ruimte waar sterk ingezet wordt op het publieke karakter, verhoogt de kansen op interculturele en intergenerationele contacten. Bovendien leidt het tot een veel sterkere verbondenheid met de samenleving en de democratie
Vertoeven in een kwalitatieve publieke ruimte heeft drie lagen
In essentie is publieke ruimte die ruimte die voor iedereen vrij toegankelijk is, waarop iedereen beroep kan doen, die van de gehele bevolking hoort te zijn. Hoe simpel dat basisuitgangspunt ook is, toch spelen heel wat verschillende dynamieken mee in het gebruik en de invulling van publieke ruimte. Eigenlijk spelen er drie lagen op elkaar in, en elke laag kan samengevat worden in een vraag:
- Kunnen kinderen en jongeren aanwezig zijn op een plek? Zijn er veilige routes naar publieke plekken? Zijn er faciliteiten om elkaar te ontmoeten (bankjes, vuilbakken, wifi…)? Dit gaat om de fysieke laag van de ruimte, hoe ze aangelegd en ingericht is.
- Willen kinderen en jongeren op een plek zijn? Is de plek aantrekkelijk? Hebben kinderen en jongeren het gevoel dat ze in een aangename omgeving zitten en dat ze er hun ding kunnen doen? Dit is de belevingslaag, waarin eigen ervaringen en beleving centraal staan.
- Mogen kinderen en jongeren op een plek aanwezig zijn? Hebben ze het gevoel dat ze welkom zijn op een plek? Worden ze door andere gebruikers weggestuurd? Durven ouders hun kinderen aanwezig te laten zijn op deze plek? In deze laag spelen de machtsverhoudingen. Het gaat om normen en gedragsregels die aan een plek verbonden worden en de sociale verhoudingen die spelen op de plek.
Deze drie lagen staan met elkaar in verbinding op een plek en beïnvloeden elkaar. Het zijn bijvoorbeeld immers vaak de dominante en sterkere groepen die mee kunnen of mogen bepalen hoe een ruimte ingericht wordt. En die inrichting beïnvloedt dan weer hoe we een plek ervaren.
"Kinderrechten bieden een kompas dat helpt om ruimtelijke keuzes af te toetsen aan vragen van rechtvaardigheid, inclusie en toekomstgerichtheid."

Publieke ruimte door de bril van kinderrechten
Om die drie lagen – kunnen, willen en mogen – goed in balans te brengen, biedt het kinderrechtenkader een houvast.
Wanneer we over kinderrechten spreken, denken veel mensen spontaan aan bescherming van kinderen. Maar kinderrechten gaan ook over participatie, ontwikkeling, gelijkheid, waardigheid en de mogelijkheid om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Het Kinderrechtenverdrag biedt daarmee een inspirerend kader om maatschappelijke keuzes te maken.
Voor lokale besturen en ruimtelijke actoren betekent dit dat elke beslissing over publieke ruimte ook een keuze is over de leefwereld van kinderen en jongeren. Beslissingen over mobiliteit, vergroening, ontharding, waterbeheer, speelruimte of klimaatadaptatie hebben immers een directe impact op de rechten en kansen van kinderen en jongeren. Kinderrechten vormen zo een lens die helpt om bestaande keuzes scherper, rechtvaardiger en inclusiever te maken. Voor ontwerpers, planners en lokale besturen biedt dit een kans om een publieke ruimte te maken die niet alleen functioneert, maar ook uitnodigt, verbindt en versterkt.

Hoe kan een kinderrechtenperspectief ruimtelijke keuzes richting geven?
- Non-discriminatie: kwaliteitsvolle ruimte voor elk kind
Niet elk kind groeit op in dezelfde omstandigheden. Sommige buurten beschikken over kwalitatieve parken, veilige speelruimte en groene verbindingen. Andere buurten kampen met verkeersdrukte, hitte of een gebrek aan ontmoetingsplekken. Een kinderrechtenperspectief stelt daarom de vraag wie toegang heeft tot kwaliteitsvolle publieke ruimte en wie niet. Vergroening, speelkansen en gezonde leefomgevingen mogen geen voorrecht zijn voor bepaalde wijken of groepen.
- Participatie: van gebruikers naar mede-ontwerpers
Kinderen en jongeren zijn experts van hun eigen leefomgeving. Ze ervaren straten, pleinen en parken vaak anders dan volwassenen. Wat volwassenen als een doorgangsruimte zien, is voor hen soms een speelplek. Waar volwassenen een verkeersoplossing bedenken, ervaren kinderen misschien een barrière. Echte participatie gaat verder dan een eenmalige bevraging. Ze betekent dat kinderen en jongeren mee kunnen nadenken over de inrichting van hun leefomgeving én dat hun inzichten zichtbaar doorwerken in de uiteindelijke keuzes. Wie kinderen en jongeren betrekt, ontwerpt niet alleen beter afgestemde plekken, maar vergroot ook hun eigenaarschap over de buurt.
- Het belang van het kind als toetssteen
Ruimtelijke keuzes botsen vaak op verschillende belangen. Kinderrechten bieden geen automatische antwoorden op dergelijke spanningen. Een kinderrechtenperspectief betekent niet dat kinderen altijd voorrang krijgen op andere gebruikers. Wel dat hun belangen bewust worden meegewogen en dat hun leefwereld een volwaardige plaats krijgt in ontwerp- en beleidsprocessen.
- Ontwikkeling en ontplooiing
Kinderen hebben recht om zich te ontwikkelen en recht op een gezonde leefomgeving. Natuur, beweging, ontmoeting, spel en autonomie zijn cruciale bouwstenen voor die ontwikkeling. Vanuit dat perspectief zijn groene ruimtes, speelvriendelijke straten, beweegroutes en ontmoetingsplekken essentiële onderdelen van kwaliteitsvolle publieke ruimte, en basisvoorwaarden om gezond op te groeien.
- Verantwoording en duurzaamheid
Kinderrechten herinneren overheden eraan dat publieke ruimte niet waardevrij is. Beslissingen die vandaag worden genomen, hebben gevolgen voor huidige én toekomstige generaties. Een kinderrechtenperspectief helpt daarom om keuzes te onderbouwen en rekenschap af te leggen over hun bijdrage aan een gezonde, inclusieve en duurzame leefomgeving.
Hoe die kinderrechtenreflex en de aandacht voor ontmoeting en rondhangen in de praktijk vorm krijgen, tonen onderstaande voorbeelden uit Kortrijk en Kortenaken.

Jongeren hangen aan Kortrijk weide vuurplaats.
Kortrijk: Van rondhangbeleid naar ruimte voor jongeren
Samen zitten, praten, bewegen, wachten of gewoon ‘hangen’ hoort bij opgroeien. Publieke ruimte is een oefenplek waar jongeren sociale vaardigheden, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid ontwikkelen. Spanningen ontstaan vaak niet uit kwaad opzet, maar uit botsende verwachtingen over hoe een publieke ruimte gebruikt mag worden.
Jongeren zijn een normaal, zichtbaar en waardevol onderdeel van het stadsleven. In plaats van hun aanwezigheid als een probleem te benaderen, kiest de stad Kortrijk voor een inclusief rondhangbeleid, waarin ook tieners zich welkom en erkend voelen, en waarin samenleven in de publieke ruimte een gedeelde opdracht is.
Die visie vraagt om verankering in het bredere stedelijke beleid. Niet alleen jeugdwerk, maar ook ontwerpers, ruimtelijke planners, politie, handelaars, buurtbewoners en andere stadsdiensten hebben een rol. De vraag verschuift van ‘Waar kunnen we jongeren naartoe sturen?’ naar ‘Hoe kunnen we ruimte zo organiseren dat verschillende gebruikers er samen plek vinden?’
Jongeren krijgen ruimte in publieke plekken die voor iedereen bedoeld zijn, maar er kan ook bewust ruimte worden gemaakt die specifiek aansluit bij hun noden. Tegelijk is het belangrijk hen niet uitsluitend naar ‘jongerenplekken’ te verwijzen. Een inclusieve stad verwelkomt hen overal, ook wanneer ze niets consumeren of georganiseerd doen.
Daarnaast experimenteert de stad Kortrijk met een levendige participatiemethodiek voor jonge inwoners. Flax is een verplaatsbaar zitelement dat inzetbaar is op verschillende plaatsen in de stad. Door een inrichtingselement tijdelijk en verplaatsbaar in te zetten, kan worden onderzocht hoe jongeren en andere gebruikers een plek benutten en welke inrichting werkt. Het ontwerp legt geen gedrag op, maar laat de doelgroep zelf de ruimte definiëren.

Flax-bank met collega's.
Kortenaken: Ontmoetingsplaatsen voor tieners als hefboom voor samenleven
Hoe maak je publieke ruimte aantrekkelijk en betekenisvol voor tieners? In Kortenaken groeide het antwoord uit tot ‘Warme Wensen van Jonge Mensen’, een LEADER-project dat jongeren niet alleen bevraagt, maar hen ook actief betrekt bij de inrichting en het gebruik van de publieke ruimte.
De aanleiding was een nodenbevraging waaruit bleek dat tieners zich weinig gehoord voelden en dat de gemeente het contact met deze leeftijdsgroep deels was kwijtgeraakt. Een tienerteam werd opgericht om mee na te denken over concrete oplossingen.
Het project kreeg vorm via verschillende sporen: een game room voor 10- tot 18-jarigen, een skatepark, een speelweefselkaart met trage wegen en vijf wenspunten – of ‘wensputten’. Dat zijn laagdrempelige ontmoetingsplaatsen op bestaande speelterreinen waar tieners al (mogen) rondhangen, geografisch gespreid over de gemeente.
De wensputten combineren participatie met dienstverlening. Via een brievenbus of QR-code kunnen jongeren ideeën, vragen of bezorgdheden delen. Ook de ruimtelijke inrichting gebeurt samen met tieners. Zo werden bij sommige wensputten hangmatten geplaatst, die bijzonder populair blijken bij meisjes. De bestaande speelterreinen waren al intergenerationeel ingericht met speeltoestellen, zitplekken en ruimte voor verschillende gebruikers. De wensputten en hangmatten voegen daar een expliciete plek voor tieners aan toe.
Kortenaken toont dat een relatief eenvoudige ingreep tegelijk een fysieke plek, een communicatiekanaal en een participatie-instrument kan zijn. Zo is deze vrijetijdskans ook een motor voor sociale cohesie en krijgt de publieke ruimte een rol in het bereiken, verbinden en versterken van jongeren en de samenleving.

Wensput Doddelberg
Hoe werk maken van een kwalitatieve publieke ruimte?
Kinderrechten geven niet op elk ruimtelijk vraagstuk een pasklaar antwoord. Wat ze wel bieden, is een richtinggevend kompas. Eenvoudige vragen kunnen daarbij al veel in beweging zetten: Wat betekent deze beslissing voor kinderen en jongeren? Hoe hebben kinderen en jongeren mee vorm kunnen geven aan dit project? En op welke manier versterkt deze ingreep hun welzijn en ontwikkeling? Die vragen vormen de basis van een kinderrechtenreflex: de gewoonte om bij elke beslissing met impact op kinderen en jongeren bewust stil te staan bij hun rechten, belangen en uitdagingen.
Om die reflex op lokaal niveau meteen om te zetten in de praktijk, biedt De Hangmakers vijf handvatten voor een straf rondhangbeleid:
- Zie kinderen en jongeren als volwaardig deel van de samenleving.
- Werk vanuit een brede visie op samenleven en leefbaarheid.
- Maak werk van een doordacht en geïntegreerd beleid, werk een langetermijnaanpak uit.
- Benut publieke ruimte optimaal, denk na over verschillende functies en noden.
- Investeer in rondhangbeleid met menskracht, een breed netwerk en ruimte voor experiment.
Benieuwd naar de concrete invulling van deze handvatten? Ontdek ze in de visietekst op www.dehangmakers.be.

Wensput Speelbos
Publieke ruimte als cruciale context voor de realisatie van kinderrechten
Welke plaats geven we aan kinderen in onze samenleving? Hun leefwereld stopt niet aan de rand van het speelterrein, van hun school of aan hun voordeur. De uitdaging bestaat erin om kinderen en jongeren te erkennen als volwaardige gebruikers van de ruimte.
Publieke ruimte is één van de weinige plekken waar kinderen en jongeren dagelijks ervaren of ze erbij horen, of hun stem telt, of ze zelfstandig op ontdekking mogen gaan en of er plaats is om te spelen, te ontmoeten, te experimenteren en zich te ontwikkelen. Elke straat, elk plein en elke buurt vertelt iets over hoe we naar hen kijken. Dat vraagt om aandacht voor groen én ontmoeting, mobiliteit én autonomie, klimaatbestendigheid én inclusie, en participatie én welzijn. Kortom: niet alleen ruimte voor kinderen, maar volop ruimte om jong te zijn.
Meer informatie:
Toolbox Voetgangersplan
Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.
De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.