DOSSIER

Kleine ruimte zichtbaar bij genomineerden Erfgoedprijs 2025

Nele De Cocker (Provincie Oost-Vlaanderen)

Begin 2026 bekroonde de Provincie Oost-Vlaanderen twee winnaars voor de Erfgoedprijs 2025. Zes inspirerende projecten werden genomineerd en beoordeeld op hun omgang met erfgoed, herbestemming en maatschappelijke meerwaarde. Opvallend is dat ze daarnaast, zonder expliciete vraag, ook de kracht van ‘kleine ruimte’ zichtbaar maken. Ze tonen hoe aandacht voor schaal, gebruik en beleving leidt tot compacte, leesbare en gedeelde plekken.

Erfgoed als vertrekpunt


Kleine ruimte gaat in de eerste plaats niet over de afmetingen ervan, maar over de beleving en het gebruik. Het zijn plekken die leesbaar en toegankelijk zijn en uitnodigen tot verblijf, zonder strak gestuurd of ingevuld te worden. In een verdichte omgeving bieden ze rust, overzicht en houvast. Ze maken meervoudig gebruik mogelijk en dragen zo bij aan een meer gelaagde en inclusieve publieke ruimte.


Erfgoedprojecten zijn daarvan vaak mooie voorbeelden. Door te vertrekken van bestaande structuren en schaalniveaus ontstaat in veel gevallen een ontwerphouding die inzet op gerichte ingrepen en de versterking van aanwezige kwaliteiten.

School De Ringelwikke (Ronse): toegang verlegd naar de oostzijde, met de luifel als ontmoetingsplek.

Voorbeelden zoals de herbestemming van een voormalige herberg tot school in Ronse en een kerk tot kinderopvang in Lokeren tonen dat mooi aan. Zo werd in Ronse de toegang tot de school bewust weggetrokken van de drukke steenweg, waardoor een veiligere en leesbare toegangssituatie ontstond, waarin kinderen zich zelfstandig kunnen verplaatsen en de schoolomgeving anders ervaren. In plaats van te streven naar uitbreiding of uniformiteit, verschuift de focus naar het leesbaar maken van ruimte, het definiëren van zones en het creëren van duidelijke overgangen.
De tot kinderopvang omgevormde kerkruimte in Lokeren kreeg een functionele en omkeerbare onderverdeling in zones die corresponderen met de diverse leeftijdsgroepen.


De aanpak van beide projecten sluit nauw aan bij de leefwereld van het kind. Herkenbare, begrensde zones en expliciete overgangen bieden houvast, zonder te beperken. Schaal, materialiteit en zichtlijnen maken het mogelijk dat kinderen zich oriënteren, zich veilig voelen en de ruimte stap voor stap verkennen en toe-eigenen. Zo ontstaan omgevingen waarin elke gebruiker zich gemakkelijk kan oriënteren en waarin verschillende vormen van gebruik bijeenkomen.

Kinderopvang De Spoele in Lokeren: een flexibele inrichting speelt in op de noden van kinderopvang en de buurt.

Collectieve ruimte en het belang van tussenzones


Kleine ruimte speelt ook een rol op collectief niveau, met daarin centraal het netwerk van plekken waar ontmoeting ontstaat.


In Bellefleur in Gent wordt dat concreet vormgegeven. Gedeelde voorzieningen zoals tuin, keuken en collectieve ruimtes worden zichtbaar en toegankelijk gemaakt. Ze bevinden zich tussen publiek en privaat en stimuleren spontaan gebruik. Ook in andere projecten blijven binnenkoeren en gedeelde buitenruimtes functioneren als ontmoetingsplek. Het zijn bescheiden ingrepen, maar ze bepalen in sterke mate hoe een plek wordt beleefd.

Een belangrijke factor van die collectieve ervaring ligt in de manier waarop overgangen vormkrijgen. Tussen publiek en privaat, en tussen binnen en buiten ontstaat een overgang van ruimtes met verschillende gradaties van toegankelijkheid.


Deze tussenzones - zoals doorgangen, luifels, halfopen ruimtes of collectieve tuinen - spelen een cruciale rol. Bij het Jongensschoolpleintje in Lievegem verzachten luifels de overgang tussen woning en collectieve ruimte, namelijk de voormalige speelplaats. Ze creëren beschutte, semi-publieke plekken waar bewoners kunnen verblijven en elkaar ontmoeten, en verlagen tegelijk de drempel tot gedeeld gebruik.


Hoewel zulke ruimtes vaak klein en moeilijk te kwantificeren zijn, zijn ze bepalend voor de kwaliteit van het geheel. Ze maken van publieke ruimte niet alleen een doorgangsruimte, maar ook een plek om te verblijven.

Bellefleur Gent: kleine ruimtes als verbindende ontmoetingsplekken.

Jongensschoolpleintje Lievegem: de luifels aan de woningen creëren een zachte overgang tussen privé en collectief.

Kleine ingrepen, merkbare impact


Kleine ruimte ontstaat vaak door slimme ingrepen: een doorgang openen, een toegang opnieuw uitdenken of een collectieve plek zichtbaar maken.


Een steeg vrijmaken was zo’n kleine ingreep met grote impact in De Kleine Sikkel in Gent. Wat vroeger een verborgen of afgesloten ruimte was, wordt zo opnieuw toegankelijk en leesbaar. Er ontstaat niet alleen een doorsteek, maar ook een plek waar mensen kunnen vertragen en verblijven.


Dergelijke ingrepen activeren bestaande structuren en versterken relaties binnen een site of buurt. Ze verhogen de leesbaarheid en creëren kansen voor ontmoeting en gebruik. Naast grootschalige projecten ligt er hier voor ontwerpers en beleidsmakers een duidelijke kans om ook te blijven inzetten op het fijnmazige netwerk van kleinere ruimtes.

De projecten uit de Erfgoedprijs 2025 tonen dat kleine ruimte een wezenlijke rol speelt in de kwaliteit van de leefomgeving. Dat dit geen expliciet criterium was, maar toch in vrijwel alle projecten aanwezig is, toont aan hoe vanzelfsprekend deze ontwerpkwaliteit aan het worden is.


Door zorgvuldig om te gaan met schaal, overgang en gebruik ontstaat publieke ruimte die beter aansluit bij de noden van gebruikers. Kleine ruimte vormt zo een belangrijke bouwsteen voor een meer menselijke, toegankelijke en betekenisvolle leefomgeving.


Meer informatie over onze erfgoedprijs en de zes genomineerden is hier terug te vinden:


Erfgoedprijs

Brochure_Prijs_onroerend_erfgoed_2025.pdf

De kleine Sikkel Gent: historische steeg opnieuw opengesteld voor fietsers en voetgangers.

Toolbox Voetgangersplan

Op 8 oktober lanceerde Voetgangersbeweging de Toolbox Voetgangersplan. Deze online handleiding is een waardevol hulpmiddel voor lokale besturen om het voetgangersbeleid in hun gemeente te verbeteren. De toolbox biedt handige tips, goede voorbeelden en beleidsinput om op een gestructureerde en effectieve manier met het thema voetgangers aan de slag te gaan.
Met de toenemende aandacht voor duurzame mobiliteit en leefbare steden is het noodzakelijk om te voet gaan mogelijk en aantrekkelijk te maken voor iedereen. De walkable city biedt tal van persoonlijke en maatschappelijke voordelen en helpt (inter)nationale doelstellingen te halen.

De Toolbox biedt een antwoord op de vragen: Waarom een voetgangersplan? Hoe begin je eraan? Wat staat erin? Je krijgt daarnaast ook een overzicht van praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland. Met ideeën voor mogelijke acties en linken naar relevante tools en projecten wordt je zoveel mogelijk op weg gezet. De komende maanden en jaren groeit de Toolbox verder en wordt hij aangevuld met o.a. downloads, extra voorbeelden en een opleidingsaanbod.